Dodenherdenking 2020

Dodenherdenking

De Nederlandse dodenherdenking vindt jaarlijks plaats op 4 mei. Dodenherdenking is in tegenstelling tot Bevrijdingsdag of Koningsdag geen officiële nationale feestdag, maar wel een herdenkingsdag. Er kunnen tijdens deze dag activiteiten plaatsvinden ter gelegenheid van dodenherdenking, maar gebruikelijk is dat het officiële herdenkingsmoment om 20:00 uur plaatsvindt in het gehele land en bij diverse bijeenkomsten.

Wie worden tijdens dodenherdenking herdacht?

Door de jaren heen is dodenherdenking een gevoelig en controversieel onderwerp geweest. Dit is het vandaag de dag nog steeds. Vooral over de vraag wie er nu herdacht moet worden is altijd een onderwerp van discussie. Daarom is dodenherdenking ook voortdurend aan verandering onderhevig. Vlak na de Tweede Wereldoorlog was hier geen discussie over en was het duidelijk. Alle Nederlandse slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog werden op 4 mei herdacht. In latere jaren is de definitie wie er herdacht worden voortdurend aan wijzigingen onderhevig geweest. Tegenwoordig geldt volgens het Nationaal Comité 4 en 5 mei dat alle burgers en militairen die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar dan ook ter wereld, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties zijn vermoord en omgekomen worden herdacht. Ook alle Nederlandse slachtoffers van vredesmissies en VN operaties worden herdacht en ook de Nederlandse slachtoffers die zijn gevallen tijdens de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië.

Definitieve vaststelling datum dodenherdenking

Omdat 4 mei ook wel eens op een zondag valt, werd dodenherdenking in het verleden ook wel eens op 3 mei gehouden. In 1968 heeft de regering definitief vastgesteld dat dodenherdenking altijd plaats zal vinden op 4 mei, ongeacht welke dag het van de week is. Er wordt dus als zodanig geen rekening meer mee gehouden dat voor sommige religieuze organisaties de zondag als een rustdag wordt gezien. Dit is ook de lijn die het Nationaal Comité 4 en 5 mei volgt.

Het ontstaan van dodenherdenking

Het ontstaan van dodenherdenking is niet iedereen bekend. Het is namelijk geen overheidsinitiatief geweest, maar een particulier initiatief. Een oud-ambtenaar en verzetsstrijder uit Den Haag, Jan Drop staat aan de wieg van dodenherdenking. Na de oorlog wilde hij zijn gevallen kameraden herdenken en richtte hiervoor de ‘Commissie Nationale Herdenking 1940-1945’ op. Er namen drie leden plaats in de commissie, hijzelf, zijn vrouw Gerarda en een vriend van hem. Nog geen jaar na de oorlog in 1946, stuurde hij alle Burgemeesters van Nederland een circulaire. Hierin waren uitleg, praktische informatie en regels opgenomen hoe een burgemeester dodenherdenking in zijn gemeente kon houden. Ook noemde hij de datum: 4 mei. Hij ondertekende de brief met de afzender Commissie Nationale Herdenking 1940-1945. Veel Burgemeester dachten dat dit een overheidscommissie was en waren ook erg enthousiast. De oorlog was nog niet zo lang afgelopen en er bestond veel behoefte aan herdenken. Op 4 mei 1946 werden er dan ook in veel Nederlandse gemeentes een dodenherdenking gehouden. Ook Jan Drop organiseerde in zijn gemeente Den Haag een dodenherdenking. Dit deed hij door een stille tocht te organiseren van het Oranjehotel in Scheveningen naar de Waalsdorpervlakte. Het was de weg waar in de oorlog 200 verzetsstrijders over gelopen hadden, op weg naar hun executie op de Waalsdorpervlakte. Er deden 30.000 mensen mee en het was een herdenking zonder toespraken, er werden enkel bloemen gelegd. Het initiatief van Jan Drop vond vervolgens in heel Nederland navolging in de jaren die volgden en er ontstonden ook lokaal allerlei herdenkingscomités.

Herdenking op de Dam te Amsterdam

De Dam in Amsterdam wordt tegenwoordig als centrale plek gezien voor de nationale herdenking. Toch is de Dam niet altijd het centrale middelpunt geweest. Wel werd er vier dagen na de bevrijding, op 9 mei 1945 een eerste dodenherdenking gehouden met één minuut stilte. In de daaropvolgende jaren vond de officiële dodenherdenking in het bijzijn van de koningin plaats in de Ridderzaal in Den Haag. In 1947 werd een begin gemaakt met de bouw van een monument op de Dam. Eerst werd er een tijdelijk monument gevestigd, een muur met daarin 11 urnen met aarde van executieplaatsen uit elk van de toen nog 11 provincies. In 1950 werd er nog een Indische urn bijgezet. In 1956 werd het huidig bekende monument op de Dam onthult en vanaf 1961 werd hier officieel op 4 mei dodenherdenking gehouden. Verrassend genoeg had dodenherdenking nog niet de status dat het nu heeft. Op 4 mei ’s ochtends reed de auto van het koninklijk paar voor het monument, waarna de koningin een krans legde, een minuut stilte hield en na het Wilhelmus was het koningspaar weer vertrokken. In latere jaren werd het tijdstip gewijzigd naar 16:00 uur. Pas in 1987, toen het Nationaal Comité 4 en 5 mei werd opgericht, werd dodenherdenking drastisch gewijzigd en werd besloten dat de herdenking op de Dam de centrale herdenkingslocatie moest worden. Vanaf 1988 wordt deze herdenking dan ook live op de Nederlandse televisiezenders uitgezonden. Ook het tijdstip werd verplaatst. Vanaf toen is het om 20:00 uur twee minuten stil, waar het eerst nog één minuut stilte was.

Programma herdenking op de Dam te Amsterdam

De nationale herdenking op de Dam begint met een herdenkingsbijeenkomst om 19:00 in de Nieuwe Kerk met de aanwezigheid van het koningspaar. Om 19:50 loopt het koningspaar vanaf het Paleis op de Dam naar het monument. Hier wordt een korte bijdrage gehouden en het koningspaar legt een krans namens alle burgers van het Koninkrijk der Nederlanden. Het signaal taptoe wordt gespeeld, waarna om 20:00 uur de klok van de Nieuwe Kerk klinkt. Het is dan twee minuten stil. De twee minuten stilte eindigt met het spelen van twee coupletten van het Wilhelmus. Van de aanwezigen wordt verwacht het eerste en het zesde couplet van het Wilhelmus mee te zingen. Daarna volgt een toespraak en worden er kransen gelegd namens de regering, het parlement, de krijgsmacht, de verzetsbeweging en allerlei maatschappelijke organisaties en groepen. Hierna wordt een zelfgeschreven gedicht voorgedragen door een scholier en leggen plaatselijke schoolkinderen bloemen voor het monument. Tenslotte opent het koningspaar het defilé langs het monument waarin iedereen de kans krijgt om mee te lopen en bloemen te leggen.

Dodenherdenking in de rest van het land

Tijdens de dodenherdenking op de Dam wordt er in iedere Nederlandse gemeente bij gemeentelijke herdenkingsmonumenten of oorlogsbegraafplaatsen een dodenherdenking gehouden. Per gemeente kan het programma verschillen, maar de lijn van de dodenherdenking op de Dam wordt wel gevolgd. In ieder geval is het overal in Nederland om 20:00 uur twee minuten stil en wordt hierna het Wilhelmus gespeeld. In sommige gemeentes wordt het moment van de dodenherdenking vooraf gegaan aan een stille tocht naar het herdenkingsmonument. Er wordt verwacht dat bij openbare gelegenheden rekening wordt gehouden met dodenherdenking. Dit houdt in dat er tussen 19:45 uur en 20:15 uur geen activiteiten mogen plaatsvinden, zoals muziek en feesten. Uiteraard kan er een feest of activiteit plaatsvinden, maar dit moet voor een half uur onderbroken worden. Zo krijgt iedereen de mogelijkheid om twee minuten stilte te houden. Winkels zullen meestal rond 19:00 uur sluiten, maar gemeenten mogen lokaal wel toestemming geven op open te blijven. Ook het volledige openbaar vervoer houdt landelijk twee minuten stilte. Enkel op de snelweg mag niet gestopt worden. Er wordt automobilisten geadviseerd om tijdig een parkeerplaats of afrit te zoeken om twee minuten stilte te houden.

Vlaginstructie tijdens dodenherdenking

In tegenstelling tot andere nationale feestdagen waar een vlag de gehele dag uitgehangen mag worden, mag de vlag tijdens dodenherdenking pas vanaf 18:00 uur worden gehesen. De vlag zonder wimpel dient halfstok te hangen. Het was gebruikelijk dat de vlag na de twee minuten stilte en het zingen van het Wilhelmus weer in de top wordt gehesen. Sinds een wijziging van de vlaginstructie in 2001, mag de vlag tot zonsondergang ook halfstok blijven hangen. Dit zal meestal het geval zijn bij particulieren. In de praktijk worden vlaggen die bij een herdenkingsmonument hangen na de twee minuten stilte nog wel in de top gehesen.